Fragmenten


fragment 1: de flaptekst

 

Veel werklozen voelen zich eenzaam en onbegrepen.
Overheid en instanties doen weinig om hen te helpen
en de werkende omgeving kan zich moeilijk in hen
verplaatsen. Zelf vinden werkzoekenden het vaak
moeilijk de toekomst rooskleurig te zien.

Een groep werkzoekenden heeft nu de handen in
elkaar geslagen en vanuit de stichting IkWilWerken dit
zonderwerkboek geproduceerd. Een luchtige mix van
analyses, cartoons, ervaringen en adviezen. De auteurs
weten alledrie uit ervaring hoe het is om zonder baan
te zitten en nemen u graag mee op ontdekkingstocht
door de wereld van sollicitatieplicht, reïntegratie,
overheidsbeleid en zelfmotivatie. In een klimaat
waarin men vooral praat over en niet met werklozen,
weigeren zij werkloos langs de kant te staan en geven
werkzoekenden een stem.

Zonder Werkboek is niet alleen geschreven om andere
werkzoekenden een hart onder de riem te steken,
maar ook om praktische tips en een humoristische
kijk te bieden. Daarnaast is het een interessant boek
voor eenieder die inzicht wil krijgen in de werkelijke
problemen van het werklozenbestaan.



fragment 2:
Al twee decennia staan 1,7 miljoen mensen langs de kant en werken er een kleine 6 miljoen

  Al twintig jaar lang zijn er in Nederland circa 1,7 miljoen mensen die langs de kant staan (1 miljoen WAO, 0,4 miljoen WW en 0,3 miljoen bijstand). De onderlinge verhouding van deze cijfers is sinds 1984 wel eens verschoven, maar het totaal is gemiddeld ongeveer gelijk gebleven.
Dat geldt ook voor het werk: er wordt in Nederland al twintig jaar lang tussen 5,5 en 6 miljoen arbeidsjaren per jaar verzet. Er werken wel meer dan 7 miljoen mensen, maar als je corrigeert voor het parttime-effect kom je op de al zeer lange tijdconstante 6 miljoen arbeidsjaren per jaar (bronnen: SCP-rapporten en OECD Employment Outlook). Toch zegt een minister op televisie met serieus gezicht: ‘Iedereen die kan werken, moet weer aan het werk.’ Zou hij dit boekje gelezen hebben? Zou de journalist het gelezen hebben? Nee, want iedereen slikt wat de minister zegt voor zoete koek.

Als iedereen weer aan het werk moet, waarom dan nu opeens na twintig jaar deze geweldige omslag? En als er al goede redenen aan ten grondslag liggen, hoe moeten we dit wereldwonder tot stand brengen? 1,7 miljoen mensen aan werk helpen op een totaal van 6 miljoen arbeidsjaren vereist een zeer structurele wijziging van werk in Nederland. Het oppervlakkige ‘strenger toetsen bij uitkering’, verspillen van miljarden per jaar aan reïntegratie ‘om mensen weer aan een baan te helpen’, iedereen ‘beter leren solliciteren’ zijn maatregelen die geen enkele werkgelegenheid scheppen. Ze doen niets aan de structurele verhouding van 1,7 miljoen niet-werkenden ten opzichte van 6 miljoen arbeidsjaren
en stigmatiseren werkzoekenden alsof zij zwakker zouden zijn en het hun schuld is
dat ze geen werk hebben. Velen hebben echter geen werk omdat werkenden
alle eigen plekken zeer hard verdedigen! Er wordt niet gerouleerd. (PB)


fragment 3: Polderspel van drie partijen

 

Nederland loopt scheef, omdat er maar drie partijen invloed uitoefenen
op het beleid: de overheid, werkgevers en werknemers. De
1,7 miljoen mensen die qua werk langs de kant staan, laten we hen
‘de vierde partij’ noemen, ontbreken volledig. Hieronder volgt een
korte impressie van hoe de drie partijen zich gedragen.

Overheid

Werkgelegenheid is de verantwoordelijkheid van de overheid (Grondwet
artikel 19, paragraaf 1). Echter, de overheid verdoezelt deze verantwoordelijkheid en laat het creëren van werk over aan de werkloze.
Tevens breidt de overheid alsmaar uit, creëert daardoor grotere
tekorten op de nationale rekening. Dit groeiende geldtekort tracht de
overheid te financieren door belastingen voor werknemers en werkgevers,
maar vooral door verborgen belastingen als accijnzen, onroerend
zaak belasting, leges, enzovoort.

Werkgevers

Werkgevers zijn, voor zover aan de beurs genoteerd, helemaal in de
greep van de beurzen. CEO’s (Chief Executive Officers), de algemeen
directeuren, knipmessen voor beursanalisten doen er alles aan
om koersen op korte termijn te laten stijgen om de eigen positie (van
de CEO dus!) te behouden. Zo gedraagt de CEO zich ook naar beneden
toe: alle medewerkers worden aangestuurd met het doel dat
de CEO zo lang mogelijk kan blijven zitten, of het voor de beurs zo
goed doet dat een nog betere positie elders wordt aangeboden. In
dit klimaat gedijt geen maatschappelijk verantwoord ondernemen en
al helemaal niet het zich ter harte nemen van de positie van degenen
die op de arbeidsmarkt niet mee kunnen doen. Wie dolgraag wil
meehelpen aan de productie van voedsel en duurzame goederen
omdat hij dat zeer belangrijk vindt, wordt niet aangenomen, het personeel
dat er zit is al afdoende om alles te produceren. Grote raffinaderijen
met miljarden omzet worden gerund door ploegen met
maar tien operators.

Het wordt tijd voor een soort waardering van de consument voor
bedrijven, in hoeverre ze zich sociaal verantwoord gedragen, vooral
ten aanzien van niet-werkenden. Laten we proberen zelf zo min
mogelijk producten te kopen van multinationals die hun winsten verder
opvoeren door er nog meer personeel uit te gooien.

Werknemers

Werknemers denken vooral aan hun eigen belang: salaris, groei, zoveel
mogelijk ontslagbescherming, de mogelijkheid om bij de huidige
werkgever een zo lang en ‘hoog’ mogelijke carrière te maken en
anders hun marktwaarde zodanig te verstevigen dat zij elders goed
aan de slag kunnen. Al geldt wellicht ook: hoe hoger uw positie en
salaris, des te moeilijker om elders aan de slag te gaan! Dit wordt
vaak over het hoofd gezien, wat heel menselijk is. Werknemers zijn
er ook bij gebaat hun arbeidsmarkt zo veel mogelijk af te schermen.
Met name de overheid is er uitstekend in geslaagd vacatures alleen
intern te vermelden en anderen erbuiten te houden. Aldus hoeven
ambtenaren zich niet bloot te stellen aan de soms minder aangename
omstandigheden op de echte arbeidsmarkt. (PB)

Intermezzo: de werkenden tegen de werklozen

Veel meer dan het de partijen zelf lief is, zijn werkenden en werklozen
elkaars natuurlijke vijanden. Alleen wanneer werkenden snakken
naar minder werken en werklozen snakken naar wel werken, kunnen ze elkaar de hand reiken om blokkades te slechten. Voor al het
overige zijn het elkaars vijanden, helaas.

Want werkenden hebben baat bij:

  • zo stevig mogelijk ontslagrecht, al verkleint dit de roulatie op de
    arbeidsmarkt;
  • zo veel mogelijk loonsverhoging, al gaat dit eventueel ten koste
    van de totale werkgelegenheid;
  • zelf de belangrijkste plekken eerst bezetten – nieuwkomers of
    werkzoekenden moeten helemaal onderaan aansluiten en vooral
    hun positie niet bedreigen;
  • eventueel arbeidstijdverkorting, maar dan wel met behoud van
    salaris;
  • loonstarheid: het vasthouden van vast salaris, het omzetten van
    variabel salaris (bonus e.d.) in vast salaris, het elk jaar zo veel
    mogelijk (gegarandeerd) verhogen van het salaris, meer salaris
    met toenemende leeftijd;
  • denken dat de sociale zekerheid goed geregeld is, zodat men met
    een gerust geweten kan gaan slapen.

Werkzoekenden hebben baat bij:

  • soepel ontslagrecht – dan is er meer roulatie op de arbeidsmarkt
    en is het gemakkelijker om er ook weer eens tussen te komen.
    In extremis: voor de werkzoekenden zou het prachtig zijn als vannacht
    iedereen zou zijn ontslagen. Dan heb je veel extra kansen
    om aangenomen te worden;
  • loonflexibiliteit: een baan kunnen aannemen tegen een lager
    salaris dan dat je vroeger had, gewoon omdat je wilt werken, zonder
    dat iemand er raar van opkijkt;
  • alles wat de soepelheid op de arbeidsmarkt vergroot;
  • zeer lage drempels om (tijdelijk) als zelfstandige te werken;
  • zeer lage drempels om werk en uitkering wit te combineren, bij
    een tekort aan vaste fulltime banen.

Deze tegenstellingen stemmen niet vrolijk. En de stigmatisering van
werklozen komt hier nog bij. Veel werkenden vinden werklozen raar,
denken dat ze minderwaardig zijn en minder kunnen. De belangentegenstelling
plus de stigmatisering zorgen ervoor dat soms zeer
dwangmatige slaafse ideeën ontstaan: werklozen oppakken met een
busje en zeer eenvoudig of zelfs nutteloos werk laten doen. Dergelijke
dwangmaatregelen tegen een gestigmatiseerde minderheidsgroep
staat gelijk aan mishandeling van etnische minderheidsgroeperingen.
De werkzoekenden zouden dan meteen alert moeten zijn:
‘Natuurlijk wil ik werken, geef me jouw baan maar en ik begin meteen!’
Werklozen zijn het toonbeeld van wat elke werkende kan overkomen
en daardoor pijnlijk voor menig werkende, want het beeld is niet aangenaam.
Als men de belangen nog eens naleest die hierboven zijn geschetst,
kan men niet anders concluderen dan dat de belangen van werkzoekenden
voor een belangrijk deel afwijken van de belangen van de drie
andere partijen: overheid, werkgevers, werknemers. Dat zou er vanuit
algemeen belang voor pleiten om werkzoekenden als vierde partij
aan de onderhandelingstafel te hebben. (PB)



fragment 4: Reïntegratiefabriek ‘El Cheapo: de korstste weg naar werk!’

 

’El Cheapo’ is steenkolen-Spaans voor ‘de goedkope’. Hieronder vertelt
oprichter en eigenaar Escobar hoe hij zijn ‘reïntegratiefabriek’ succesvol
heeft opgezet. Zijn aanpak is door velen gekopieerd!
‘Mijn naam is Pablo Escobar, vijftig jaar, en vijf jaar geleden heb ik het
reïntegratiebedrijf El Cheapo opgericht.

Onze slogan was: "El Cheapo: de kortste weg naar werk!"

Ik vertel onderstaand verhaal openhartig;
ik heb er geen belang meer bij de waarheid achter te houden, ik heb
mijn bedrijf inmiddels namelijk verkocht en geniet op een fraaie hacienda
van mijn vele miljoenen. Ik zal u vertellen hoe ik rijk geworden ben!
In 1999 kreeg ik door dat reïntegratie big business ging worden. Er
was een tekort aan werkkrachten, een teveel aan WAO’ers in
Nederland en de Nederlandse beleidsmakers leken in de toekomst
bereid vele miljarden te pompen in reïntegratie, met andere woorden:
mensen aan een baan helpen. Als zakenman wist ik dat dit een
trend was en ik winst kon maken door zoveel mogelijk geld voor mijn
diensten te vragen en vervolgens zo min mogelijk kosten te maken
bij de uitvoering.

Het prettige voor mij was dat ik geld ontving van de overheid voor
reïntegratie, maar dat onnozele burgers mijn klanten waren. Hoe ik
dat bereikte? Ik deed mee op grote aanbestedingen, waarbij ‘kavels’
van bijvoorbeeld vijfduizend WW’ers door de overheid werden aangeboden.
Ik had zo mijn contacten in die wereld, wist wat concurrenten
boden, ik fêteerde een paar ambtenaren en won veel aanbestedingen.
Mijn verleden in de bouwwereld kwam mij goed van
pas! Voor een kavel van vijfduizend WW’ers ontving ik al snel vijfduizend
euro per WW’er, dus in totaal leverde zo’n kavel mij vijfentwintig
miljoen euro omzet op. Vervolgens ging het erom zo min mogelijk
kosten te maken.

Natuurlijk moesten de WW’ers wel op komen draven voor de reïntegratie,
anders ontving ik die vijfduizend euro per cliënt niet. De mij
toegekende werklozen stuurde ik brieven waarin ik ze sommeerde
op een tijdstip dat mij uitkwam langs te komen voor een intakegesprek.
Om ervoor te zorgen dat ze op kwamen draven, zette ik in
de brief: ‘Niet verschijnen bij de afspraak kan consequenties hebben
voor uw uitkering.’ Dat deed wonderen! Natuurlijk heb ik niet de
bevoegdheid om een uitkering te korten, maar één telefoontje van
mij naar het UWV zou genoeg zijn om het een WW’er die niet op
kwam draven moeilijk te maken. Het UWV dreigde dan met korting
op de uitkering en daarvoor scheten de meeste WW’ers in hun broek
van angst (excuses voor mijn platte taalgebruik, ik ben in een achterbuurt
opgegroeid).

Bij de intake vertelden we de uitkeringstrekkers
wat hun plichten waren. We gaven hun diverse formulieren te
ondertekenen, evenals geheimhoudingsverklaringen, zodat zij nooit
naar buiten zouden durven brengen wat ze bij ons meemaakten.
Na een paar weken had ik altijd genoeg uitkeringstrekkers om er een
klasje van te vormen van vijftien of twintig personen. Het klasje duurde
bijvoorbeeld vijf dagen achter elkaar, of een ochtend per week
gedurende een paar maanden. Ik vertelde de mensen dat het goed
zou zijn elkaar te ontmoeten. Wat de mensen aan elkaar hadden kon
me niet schelen, maar één trainer zetten voor een klasje van twintig
bespaarde mij het twintigvoudige in de kosten! Vaak noemde ik
het onderdeel groepssessies iets van ‘programma JOBS’ of een
andere, bij UWV goed klinkende naam. Na deze groepssessies kreeg
iedereen een dag sollicitatietraining: hoe een brief en CV te schrijven.
Wederom in klasjes van twintig mensen. Het UWV vond het
altijd prettig dat ik iets van ‘Sollicitatietraining’ in de offertes zette.

Vervolgens liet ik de mensen graag aan hun lot over. Als ze er erg op
aandrongen, konden ze een apart gesprekje krijgen met een consulent.
Verder vertelde ik ze dat ze ‘klaar waren om het zelf te doen’.
Zeker tegen hoger opgeleiden zeiden wij dat ze ‘het zelf moesten
kunnen’. Ik zette de nodige pc’s neer met internetverbinding, en ze
waren altijd welkom bij ons om op internet te zoeken naar vacatures.
Dat kwam lekker gastvrij over.

Af en toe zat er onder de uitkeringstrekkers een brutale hond die
durfde te vragen om een opleiding bij een opleidingsinstituut. Natuurlijk
zeiden wij dat dit niet mocht van het UWV en daarmee was de
kous meestal af. Begon de persoon nog verder aan te dringen, dan
dreigden wij met korting op de uitkering, of boden onze eigen interne
opleidingen aan. Deze opleidingen prijsden wij richting UWV voor
een veel hoger bedrag dan de daadwerkelijke kosten, zo maakten we
daar ook nog wat winst op.

Als iemand toevallig een baan vond, dan meldden we dat snel richting
UWV en kregen we voor die persoon een bonus van een paar
duizend euro, al had die persoon helemaal zelf de baan gevonden.
We zeiden dan dat we de persoon ‘geplaatst’ hadden. Uiteraard nam
ik – ook voor de functies van begeleider of werkadviseur – zo goedkoop
mogelijk personeel aan. Meestal op mbo-niveau, tussen de
vijfentwintig en dertig jaar, die wilden nog hard voor me lopen.
Ik zal u nu eens voorrekenen hoe ik rijk werd. Neem een klasje
van twintig personen. Van het UWV krijg ik hier 20 maal 5.000 is
100.000 euro voor.

Een mbo-consulent tussen de 25 en 30 jaar kost me als ondernemer
ongeveer 150 euro per werkdag, inclusief alle premies (afgerond
20 euro per uur). Voor een werkruimte (gehuurd) betaalde ik ongeveer
2 euro per vierkante meter per dag. Voor een klasje van 20 is
een ruimte van 40 vierkante meter voldoende.

De kosten voor 20 mensen bedroegen dus:
• 5 dagen ‘JOBS’ of vergelijkbaar programma: 5 maal 150 euro per
   dag voor de consulent is 750 euro;
• 5 dagen een ruimte van 40 vierkante meter is 400 euro.

Daarnaast drong elke WW’er gemiddeld aan op 5 vervolggesprekken
van 1 uur, dus voor 20 mensen is dat 5 maal 20 is 100 euro. Voor
20 WW’ers dus 2.000 euro aan consulent-vervolggesprekken.
Voeg hieraan toe de kosten voor spreekruimte (10 vierkante meter)
voor deze gesprekken: 20 mensen maal 5 uur per persoon maal
10 vierkante meter maal 2 euro per vierkante meter per dag maal
4 uur/dag is 500 euro aan ruimtekosten voor vervolggesprekken.
De pc-kosten zijn heel laag: een pc kost mij per jaar inclusief afschrijving
ongeveer 300 euro, en hier maken gemiddeld per jaar 50 mensen
gebruik van. Dus voor een klasje van 20 personen heb ik per jaar
300/50 maal 20 euro = 120 euro aan pc-kosten.

Hoe ziet mijn verlies- en winstrekening er dus uit voor een klasje van
twintig mensen?

Inkomsten
• 20 maal 5.000 euro = 100.000 euro Uitgaven
• programma JOBS (5 dagen): 750 euro voor de consulent
• programma JOBS (5 dagen): 400 euro voor de ruimte
• gemiddeld 5 vervolggesprekken per WW’er: voor 20: 2.000 euro
  aan kosten consulent
• gemiddeld 5 vervolggesprekken per WW’er: voor 20: 2.000 euro
  aan kosten voor de ruimte
• pc-kosten met internetaansluiting: 120 euro.

Totale uitgaven voor twintig WW’ers in reïntegratie: 3.770 euro, vooruit,
rond af naar 5.000 euro.

Dat betekent dus dat ik op een groep van 20 WW’ers met deze aanpak
100.000 euro vang en slechts 5.000 euro aan kosten maak. Ik
houd dus van de 100.000 euro 95.000 euro over! Zeer belangrijk is
het om het aantal individuele sessies zo laag mogelijk te houden. U
kunt bij mijn uitgavenstaatje zien dat individuele sessies, ook al zijn
het er maar 5 per WW’er, de grootste kostenpost vormen, zowel qua
consulent-kosten als qua ruimtegebruik!

U begrijpt dat het een ongekend lucratieve business is. Uiteraard, uit
die 95.000 euro moet ik een receptioniste betalen, iemand die de
offertes schrijft, en de contributie aan de branchevereniging Borea.
Ik betaal ze ook goed voor een ‘keurmerk’ dat richting UWV garandeert
dat mijn procedures ook goed staan beschreven.Waar elders
is het mogelijk om 95 procent van de omzet zelf te mogen houden?
En in werkelijkheid had ik 5.000 WW’ers, dat zijn 250 klasjes van 20,
dus het is duidelijk dat ik door het winnen van een aanbesteding van
5.000 WW’ers een omzet van circa 25 miljoen euro maak en daar
bijna 24 miljoen euro marge aan overhoud.

Het resultaat

Met dit fantastische bedrag kon ik al snel overal in den lande vestigingen
openen. Die huurde ik natuurlijk, want ik ga zo min mogelijk voorinvesteren,
en de consulenten nam ik aan op contracten voor 6 maanden
of hoogstens een jaar. Ook hier geldt: zo min mogelijk
voorinvesteren. Daarmee kreeg ik landelijke dekking, noodzakelijk om
grote aanbestedingen te winnen. Vervolgens hebben wij met een paar
andere grote bureaus van de branchevereniging Borea het UWV zodanig
bewerkt dat de aanbestedingen hoog bleven. Kleintjes en nieuwkomers
werden aldus van aanbestedingen uitgesloten. De minister en
het UWV verkochten dit aan de buitenwereld door te zeggen dat de
markt transparant moest zijn, waarmee zij bedoelden: slechts een paar
grote spelers overhouden. Het gebrek aan kwaliteit hadden wij goed
afgeschermd door onder de naam Borea ook een keurmerk te formuleren
dat de procedure keurig waarborgt, maar niets zegt over de kwaliteit
van de geboden diensten, laat staan over het resultaat. Uiteraard
mochten in het bestuur van stichting Borea keurmerk alleen bestuursleden
zitten van branchevereniging Borea, en daar hadden leden een
stem pro rato van hun omzet, dus u begrijpt hoe grote jongens als
El Cheapo hun macht hielden. U begrijpt nu hoe ik in een paar jaar tijd
100 miljoen euro heb verdiend!!!

Hoe ik er achteraf tegenover sta? Aan de ene kant heb ik absoluut
geen spijt. Ik ben er multimiljonair van geworden en ik ben trots op
mijn ondernemingsgeest. Aan de andere kant, toen ik 100 miljoen
bij elkaar had verdiend, kreeg ik er een beetje genoeg van. Ziet u, het
is altijd hetzelfde spelletje. En het spelletje kan nog jaren voortduren!
Want minister De Geus en andere politici hebben er alle baat
bij onder het tapijt te schoffelen dat er een tekort is aan werkgelegenheid.
Tot vervelens toe blijven zij herhalen dat iedereen die kan
werken, ook aan het werk moet en dat het erg belangrijk is dat mensen
aan een baan worden geholpen. Minister De Geus blijft bij onze
branchevereniging Borea persoonlijk ‘keurmerkcertificaten’ uitreiken,
terwijl hij elk contact met de andere brancheorganisatie, De Bestemming,
waarin kleinere en meer kwalitatief georiënteerde bureaus zijn
verenigd, weigert. De plaatsingsresultaten van El Cheapo en verDeel
gelijkbare bedrijven zijn 36 procent, wat betekent dat 36 procent binnen
2 jaar tijd een baan vindt. Dit is nauwelijks beter dan het toeval,
want in de 20 jaar ervoor, toen de hype reïntegratie niet bestond,
vond gemiddeld 34 procent een baan. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport
‘De uitkering van de baan’ van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Als er al een slimme journalist is die hierop wijst, dan fêteren
wij Jet Bussemaker van de PvdA en enkele andere kamerleden
om vooral te benadrukken dat reïntegratie nog een jonge branche is.
En daarmee zijn alle fouten vergeven.

Af en toe heb ik nu last van nachtmerries. Mijn geweten zegt mij
dat ik veel goedgelovige werkzoekenden die aan het einde van hun
Latijn waren, in de steek heb gelaten om mijzelf te verrijken. Ik kan
het verleden niet terugdraaien. Het geld dat ik verdiend heb, wil ik
ook niet weggeven, maar iets in mij zei dat ik mijn verhaal moest opschrijven.
Veel andere grote bedrijven van dezelfde branchevereniging
Borea zullen mij kwalijk nemen dat ik dit opschrijf en mij bedreigen.
Maar mijn adres is zeer goed geheim gehouden! Toch, eerlijk
is eerlijk: mensen, ga niet naar een grote reïntegratiefabriek zoals
toentertijd mijn El Cheapo. Kom voor jezelf op, dring aan op een reïntegratietraject
met minstens 20 individuele sessies, met iemand van
hbo- of universitair niveau met veel levenservaring. Laat de broekjes
van 25 tot 30 jaar maar intercedent spelen bij een uitzendbureau.
U verdient betere begeleiding!’

Met oprechte groet, Pablo Escobar
Honderdvoudig miljonair geworden met
‘reïntegratie-fabriek’ El Cheapo.

PS: ik dank de site ‘www.kiesjereintegratie.nl’ en de uitgever SWP
voor het publiceren van mijn verhaal. Uiteraard dien ik, Pablo Escobar,
juridisch te worden aangeklaagd als iemand aanstoot neemt aan
mijn openhartige verhaal. De site en SWP zijn slechts de uitgevers
die mijn verhaal publiceren.’ (PB)



fragment 5: Oprotpremie voor emigrerende uitkeringstrekker

  Vroeger, toen ik nog werk had en zelfs een BMW-leasebak, ben ik met mijn vriendin door Nieuw-Zeeland gereisd. Prachtig was het! De natuur, de weidsheid, de zuiverheid, de stilte... We hadden bijna spontaan een heel fraai huis gekocht, voor nog geen twee ton (toen: guldens). Nu is mijn relatie uit, ben ik ‘massa-ontslagen’ omdat mijn bedrijf nog meer winst wilde maken, en ben ik zelfs naar de bijstand afgezakt. Ik ben nu veertig jaar, en vraag me plotseling af of ik nog
enig perspectief heb. Verre reizen kan ik wel vergeten. Ik denk met weemoed terug aan Nieuw-Zeeland. ‘Wat is onze planeet prachtig’, zei ik toen tegen mijn vriendin. Vorige maand kreeg ik wat hoop nadat ik een minister op televisie had gezien: wij ‘bijstandstrekkers’ zouden de staat zo veel geld kosten! Ik ben eens gaan rekenen: mijn gemeente rekent 15.000 euro bruto per jaar per ‘bijstandstrekker’ (waarvan ik maar een bescheiden deel netto krijg). Verder houd ik via sociale dienst, ambtenaren sociale zaken en weer heel andere ambtenaren minstens een halve
ambtenaar continu aan het werk ‘die zich over mij ontfermt’. Daarnaast bouw ik geen pensioen op. Laat die halve ambtenaar (inclusief ruimtegebruik e.d.) 30.000 euro per jaar kosten. Ik ben veertig, heb nog vijfentwintig jaar bijstand te gaan tot mijn vijfenzestigste, en daarna vijftien jaar AOW (35.000 bruto per jaar – werkgeverskosten! – zullen we maar zeggen) tot ik statistisch op mijn tachtigste overlijd. Als ik nu eens de biezen nam naar Nieuw-Zeeland en beloofde nooit
meer terug te komen, en voor altijd zou afzien van Nederlandse voorzieningen? Dan zou ik Nederland veel geld besparen! Ik reken uit: mijn eigen uitkeringen: 25 jaar maal 15.000 euro bijstand plus 15 jaar maal 35.000 bruto AOW is 900.000 euro voor de rest van mijn leven!

En die halve ambtenaar die ik de rest van mijn leven bezighoud, kost nog eens ruim 1 miljoen euro. Allemaal zonder inflatie- en renteeffecten – die tegen elkaar weggestreept zouden kunnen worden. Ik heb een brief gestuurd aan minister De Geus waarin ik plechtig teken dat als ik 800.000 euro oprotpremie krijg, ik nooit meer gebruik zal maken van de voorzieningen van de Nederlandse overheid. Ik heb nog steeds geen antwoord! In Nieuw-Zeeland koop ik dan een prachtig huis van 100.000 euro, fok ik wat dieren, verbouw ik mijn eigen groente en blijf ik gezond leven. Bovendien vang ik daar 4 procent spaarrente op de 700.000 euro die ik overhoud – 28.000 euro aan rente-inkomsten per jaar. Genoeg om daar van te leven. Daar teken
ik voor! Alleen De Geus heeft mijn verklaring nog niet getekend. Wat weerhoudt hem? Waarom houdt hij mij liever in Nederland? Om zijn ambtenaren aan het werk te kunnen houden? (PB)



[webdesign]